Twee maal één plus
één maal twee
is vier.

Simpele mathematiek.
(of niet?)

Samensmelten,
eenwording,
een fusie van liefde

Hij bepaalt,
is de noemer.

Zij, de teller.
Een ei,
is een ei.
Met dubbele dooier, dat dan weer wel!


Onwetend, afwachtend.

Wel klaar voor het vraagstuk;

Pien en Melle,
Jelle en Max?
(want eeneiig)

Twee plus één is drie
Drie min twee werd
één.

Toen nog één erbij.

Dus twee.
(of het kwadraat?)